Vanaf 2002 schreef Jerry Oosterveen een column in het blad van de Nederlands Teckelclub De dashond onder de titel ‘Op jacht met Athos’.
Daarin vertelde hij over zijn belevenissen tijdens de jacht en daarbuiten met zijn ruwharige teckel Athos. Wat hij als jager met hem meemaakte, was onvoorstelbaar. Handelend vanuit intuïtie leek Athos de leider te zijn in plaats van zijn baas. Daarbij is hij dapper, bijvoorbeeld als hij als klein hondje een grote, agressieve zwaan te lijf gaat.
Zijn eigen initiatief leidt ook tot onverwachte momenten, waar een onschuldige cavia bijna de dupe van werd. Hij gaat er wel eens vandoor om zonder toestemming in zijn eentje te gaan jagen. En bij het zien van een haas vergeet hij alles om zich heen, eenmaal met bijna fatale afloop.
In de verhalen schrijft Oosterveen niet alleen over de spanning van de jacht, maar ook over de ethiek ervan. Soms is de beslissing om niet te schieten bevredigender. Maar het gaat toch vooral over het unieke samenspel van jager en hond, en de diepe verbondenheid die tussen hen ontstaat.
Het is niet te vermijden: er komt een moment dat Athos niet meer mee kan op jacht. Hij wordt ziek, herstelt nog, maar op bijna veertienjarige leeftijd is het toch afgelopen, waarmee ook een einde kwam aan de reeks columns. De bundeling hiervan die voor u ligt, is een must voor iedere teckelbezitter, jager of niet.



